“Weet je hoeveel aanmeldingen van kunstenaars we binnenkrijgen? Elke week zóóó’n postzak vol!” Laura wees met haar handen een formaat aan waar zelfs de potigste TNT-er zich nog een ziekenhuisopname aan zou tillen. “Brieven, folders, portfolio’s, hele boeken, soms best mooi werk maar vaak ook ongelofelijk slechte rotzooi… Sommige mensen hebben absoluut geen zelfkritiek. En juist die bellen een dag later of ze even een afspraak kunnen maken. En dan willen ze ook nog dat we hun materiaal terugsturen als ze afgewezen worden. Dat zou zo’n 5 euro per pakketje worden, en retourenveloppen zitten er natuurlijk niet bij… We zouden financieel over de kop gaan aan porto alleen!”
Dit gesprek vond een aantal jaar geleden plaats met de helaas in 2010 veel te vroeg overleden Laura Møhlmann, tijdens het uitblazen na de zoveelste geslaagde opening in galerie-museum Møhlmann. Laura, verantwoordelijk voor het aannamebeleid van het museum, bleef er altijd vrolijk onder, maar kon je verhalen vertellen over de strapatsen van op een museumplekje beluste kunstenaars waardoor het plaatsvervangend schaamrood je naar de kaken steeg. Schilders die, als ze niet aangenomen werden, telefonisch een stennis schopten waar een viswijf van zou blozen, kunstenaars die met een stalen gezicht tegen een baliemedewerker stonden te liegen dat ze Laura heel goed kenden en even een afspraak moesten krijgen (terwijl Laura om de hoek stond te gebaren van “Nooit van gehoord…”); er zijn vele manieren om mensen tegen je in het harnas te jagen, en een galeriehouder of museumdirecteur krijgt ze blijkbaar allemaal voor de kiezen.
Wangedrag is nooit goed te praten, maar het is misschien wel begrijpelijk dat kunstenaars steeds meer opgefokt raken door afwijzing na afwijzing. Aanpappen met door de tsunami van aanmeldingen overspoelde, murw gebeukte galeriehouders lijkt onbegonnen werk. Ik prees mezelf gelukkig dat ik ooit heel luxueus door een aantal galeries ‘geheadhunt’ was, zodat mijn werk een trieste ondergang in een zee van portfolio’s bespaard was gebleven. Want wat zou het lastig geweest zijn om op te vallen onderin een postzak!
Recentelijk kwam ik daar alsnog achter, toen ik vond dat het tijd geworden was om mijn actieradius wat uit te gaan breiden. Ten eerste is het een bizarre gewaarwording om één van de heel velen te zijn, en te merken dat kwaliteit van het werk lang niet altijd het selectiecriterium is, zoals ik tot dan toe een beetje naïef had gedacht. Je moet ook nog eens passen in de sfeer van een galerie, aansluiten bij een stroming, je werk moet modieus zijn of juist klassiek… Dus wring je je in bochten om per aanmelding datgene te presenteren waarvan je hoopt dat het aan zal spreken (om er dus vervolgens aan vast te zitten. Typecasting noemen acteurs dat…). En maar hopen dat ze je niet een vervelende zeur vinden die ook zonodig moet exposeren. Maar ja, proberen op te vallen bij een galerie is de enige mogelijkheid om je werk aan de man te brengen. Toch?
Of toch niet! Vorige week zat ik tot mijn verrassing opeens in mijn oude woonplaats Monnickendam, aan tafel tegenover kunstenaarscoach Marca van den Broek. Die doodleuk begon met de opmerking dat volgens haar het monopolie van de galeries en musea tanende was, en dat de nieuwe media een grote rol zouden gaan spelen in de kunstwereld. Pardon? Tot wiens postzak zou ik me dan moeten wenden? Bovendien, zo vond (en vind) ik, is een plaatje op een website niet genoeg om goede indruk te krijgen van een kunstwerk. Kunstliefhebbers willen live kunst. Gelukkig was Marca het daar wel mee eens, maar in het volgende half uur slaagde ze er toch in om mijn hoofd te doen overlopen met borrelende ideeen over heel andere manieren van je werk te presenteren, twittermarketing, pop-up galeries en andere spannende internet-wegen die ik nog niet had ontdekt, laat staan bewandeld, en die op hun beurt weer allemaal nieuwe ideëen bij me opriepen.
En dat is wat ik hoopte toen ik me aanmeldde bij Voor de Kunstenaar. Ik kan volgens mij best wat leuke dingen bedenken, maar soms draai je in een kringetje rond zonder het zelf te merken, en kan iemand anders, met ervaring op een ander vlak, je een nieuwe kijk op de dingen geven die je een enorme duw in de goede richting kunnen geven. Het feit dat dat meteen tijdens het eerste gesprek al gebeurde doet me uitzien naar de rest van het project. Ik hoop op nieuwe invalshoeken, onverwachte insteken en vallende kwartjes. Weg met die postzak, en aan de slag!







No comments yet.