DSC02381 (1)

Tekening in beweging

In de evolutieleer van Darwin is het ‘trial and error’ mechanisme erg belangrijk. Er ontstaat iets in de natuur, een lichtgevoelige cel bijvoorbeeld, en als het van nut is dan blijft het bestaan en ontwikkelt het door (en evolueert misschien tot een oog), als het niet nuttig is, of schadelijk, verdwijnt het weer (soms met een hele diersoort erbij). Dit proces is essentieel voor de natuur: het sterkste in een soort blijft, het zwakke valt af. Survival of the fittest.

Bij het ontstaan van een kunstwerk zie je een zelfde mechanisme: je probeert iets vorm te geven, vaak als een logisch vervolg op iets wat je eerder geleerd of gemaakt hebt, soms alleen als reactie op iets dat je gezien, gehoord, ervaren hebt. Het komt natuurlijk nooit uit het niets vallen: je tekent van kinds af aan, hebt je hele leven afbeeldingen gezien en in je opgenomen, en je gebruikt die geinternaliseerde kennis gedeeltelijk bewust, gedeeltelijk intuitief. Van te voren weet je nooit precies of het zal werken, omdat het altijd de eerste keer is dat je een kunstwerk maakt. De fouten zijn net zo essentieel als de successen: van beiden leer je, beiden sturen het proces.

Mijn trial and error proces is het duidelijkst zichtbaar bij mijn tekeningen. Ik maak twee soorten tekeningen, uitgewerkte tekeningen, ‘voor het mooi’, die in een galerie komen te hangen en in een soort overdrijving uitdrukken wat mij opvalt aan een deel van de wereld. Die werken zijn af, staan op zichzelf.
En dan zijn er de werktekeningen. Het zijn studies, waarbij ik onderzoek wat ik zie, hoe het overkomt in 2D, welke onderdelen ik wil overdrijven, en welke overbodig zijn en dus weggelaten kunnen worden. Soms is er maar een enkel onderdeeltje goed of interessant aan zo’n tekening, soms deugt er helemaal niets van, en is alleen het proces belangrijk geweest. Soms krijg ik tijdens het maken van een tekening een ongemakkelijk, teleurgesteld gevoel, en dan weet ik dat ik fout zit. Door je kennis van techniek toe te passen kan je naderhand analyseren waarom de tekening niet werkt, en vaak helpt dat te bepalen wat je daarna moet proberen. Af en toe voel ik me helemaal geweldig als ik bezig ben met een ontwerpje, ben ik enthousiast, tevreden, gefocust. Vaak zijn dat de beste tekeningen, waar ik dan nog maar weinig aan hoef te veranderen om ze te gebruiken voor het eindontwerp.

Wat lastig is, is dat je gewend raakt aan je eigen tekening. Je hebt dan geen frisse blik meer, blijft steken in details en ziet dingen over het hoofd. Daarom moet je steeds afstand nemen, letterlijk door veel achteruit te lopen, figuurlijk door het werk een paar dagen of zelfs weken weg te leggen. Soms kan je je hersenen een rad voor ogen draaien door in een spiegeltje, over je schouder, te kijken naar wat je gemaakt hebt. Dan bekijk je het als voor het eerst, en zie je weer wat er goed en fout is. Dus vind ik het erg leuk dat mijn eerste stop-motion filmpje gelukt is – dan zie ik mijn tekening ook weer eens van een andere kant! In het filmpje zie je een schets ontstaan voor het vierluikje voor VoordeKunstenaar, een close-up van vreemde vormen van de bast van een trompetboom. Wordt vervolgd!  klik hier voor het schets-filmpje

, ,

No comments yet.

Leave a Reply